April 2013 - Mzungus in the mud, tears from heaven

 
 
 

Het dagelijkse leven en drijven op emoties lijken twee volledig onafhankelijke begrippen. Dat fictie en realiteit hand in hand kunnen gaan als mensen uit de boot stappen, is goed te ervaren wanneer je aan de waterkant de kabbelende golfjes in een enorme storm ziet veranderen. Op die momenten realiseer je je pas dat je je zelf nog niet zo lang geleden in de buitenste ruwheid van dezelfde orkaan bevond. 

Het is april 2013. We leven inmiddels vier maanden in Oeganda. Vier maanden die zijn omgevlogen.

Jan vertelde gisteren een mooi verhaal over het lengen van de dagen in Nederland, de afstand van de aarde tot de zon en de enorme snelheid waarmee de evenaar probeert de zon te passeren om ook de polen de kans te geven een dag en nacht ritme aan te nemen. We bevinden ons 100 kilometer vanaf de evenaar. ‘s Avonds om kwart over 7 is het nog licht, om half acht zie je geen hand meer voor ogen. De dagen gaan snel, hoewel er wel een ritme is ontstaan. We staan redelijk vroeg op, nemen een lekker bakje koffie met een ontbijtje (uitermate afwijkend voor mijn Nederlandse ochtendgedrag) en reizen af naar een van onze projecten, om ‘s middags weer voldaan en zweterig te genieten van een geweldig orkest van krekels en kickers in het moeras onder ons balkon. Er is opnieuw een hoop gebeurd in de afgelopen maand.

Terug uit Tanzania heeft Olivia, een vriendin uit onze kerk in Naalya, het contact voor ons gelegd met de huisbaas van een appartement in Kiwatule. Kiwatule ligt naast Naalya, een wijk in het noordoosten van Kampala, pal aan de noordelijke randweg van Kampala en dus een geweldig punt om aansluiting te vinden met de rest van Oeganda. Twee weken lang hebben we ons druk bezig gehouden met onze meubeltjes en onze toekomstplannen. Daar hadden we maar twee weken de tijd voor want de boeking van onze eerste gasten stond al in de agenda.

 
 

Meubels en andere snuisterijen

 
  In Oeganda bevindt de meubelboulevard zich op Gaba road. Wil je een bank dan zijn daar ca 50 timmerbedrijfjes die banken maken en tevens in staat zijn tot het maken van alle andere meubels. Wil je een alternatieve bank, ja, dan heb je toch pech. Oeganda is al aan het veranderen; de televisie en internet hebben al aardig hun intrede gedaan en dus willen mensen inmiddels wel iets anders dan de bank van de buren. Jarenlang hebben we hier overall dezelfde bankstellen gezien waarbij het verschil zat in de kleur van de bloemetjes van de kussens. Wij willen iets anders.

Tijdens een bezoek aan een van de vele shoppingmalls, die als paddenstoelen in Kampala uit de grond worden gestampt, zien we een smidse annex ijzerhandel, met bedden en skeletten van bankstellen. Dat is iets voor ons en aangezien we tijdens onze vakantie diverse snuisterijtjes voor ons nieuwe appartement hebben gekocht, zebra’s, crested cranes en andere beeldjes waarvan we al 10 jaar reopen, wie koopt die Rommel nou, besluiten we in onderhandeling te gaan over een metalen hoekbank met zebra kussens. Gelijk maar een buro en eetkamerstoelen, nu alleen nog  de tafeltjes. Bij de broer van Henri, waar we in eerdere jaren meubels hebben gekocht, wordt dan ook de rest van de meubels besteld, waarna we de komende twee weken dagelijks contact onderhouden over de uitgestelde levertermijnen en over hoe we dit alles vierhoog boven krijgen. Op de laatste dag voordat Jan en Christine arriveren is het bed van Jan klaar en gelukkig is het huis volledig ingericht als ze binnenkomen om de komende twee weken gezellig met ons op te trekken.

Vrienden op bezoek doen je beseffen hoe gewoon het al weer geworden is om in Oeganda te leven, te communiceren, te bewegen en te ervaren. Het is fijn om, ook al is het maar na vier maanden, toch weer even stil te staan bij je omgeving en je belevenissen. We zitten lekker met Jan en Chris te delen, terwijl Brian vrijwel onopgemerkt zijn gang gaat, het huis is groot genoeg. Je kunt hier verbaasd zijn over het missen van mensen die dan ineens op het andere balkon of ergens in de kamer heerlijk aan het kletsen zijn. We praten bij, hebben het over onze projecten, waar we ze de komende tijd mee naar toe nemen en hebben het ook over hun interesse in Oeganda, eigen projecten met Hearts Vision, Kevin, Slums en hulp door het verkopen van art, gemaakt door mensen uit de sloppenwijken om daar weer anderen mee te kunnen helpen. Emoties liggen dan al snel dicht aan de oppervlakte. In een land met grote tegenstellingen, waarin je je als relatief rijke blanke gaat bewegen, geeft tegenstrijdigheden en liefde waarvoor je sterk in je schoenen moet staan om nuchter te blijven of weer nuchter te worden. Neem nou een dag als gisteren. ‘ s Ochtends sta je op om na een tosti en een bak koffie een uurtje te gaan rijden naar Matuga. Matuga is een voorstadje van Kampala, waar het kinderhuis van Beatrice (Beth Elishah) ligt. Iedere woensdag gaan we met Beatrice naar de markt, betalen we de weekgelden voor houtskool, doen we de persoonlijke coaching en kijken we hoe het met de kinderen gaat. Aangezien Jan en Christine er zijn willen we ook graag de school van de kinderen bezoeken, waar Beatrice dan ook een afspraak heeft gemaakt. Eén programma per dag is echt genoeg voor het dagelijks leven maar Jan en Chris zijn er maar twee weken dus wordt besloten om  ‘s middags ook door te rijden naar zuidoost Kampala, waar Kevin woont. Kevin zorgt voor straatkinderen en heeft veel contact met Christine, tijd om hem nu live te zien.

 
 

 Veilig / Onveilig

 
  Nog maar net op de snelweg zien we veel mensen aan de kant van de weg bij elkaar drommen, meestal een indicatie dat er iets aan de hand is. We passeren de kop van de menigte en een slachtoffer dat in de kant van de weg, op het asfalt ligt met een enorme jaap in zijn hoofd, naschokkend en alleen gelaten in zijn  laatste levensmomenten; instabiele buikligging. Een aantal meter verder een paar politieagenten die met een lapje proberen de vlammen in een in de berm liggende taxi uit te wapperen, kwestie van gelatenheid naar slachtoffers of Afrikaanse prioriteitsstelling. Zonder zelfveroordeling levert dit soort situaties altijd gemengde gevoelens op. Moet ik stoppen en als blanke vertegenwoordiger, ondanks honderden toeschouwers de hulpverlening in? Handoplegging en/of stervensbegeleiding? Politie negeren en zelf de taak opnemen overal tegenin, moet ik doorrijden om de passagiers in de auto te beschermen tegen een ontploffende taxi, tegen een lichtgeraakte menigte en tegen onzekerheid over de situatie. Uiteindelijk is het altijd kiezen voor de schijnbaar gemakkelijkste weg, doorrijden, maar hoe moeilijk is het niet om je gevoel van niets gedaan hebben te aanvaarden. Het is stil in de bus tot aan Matuga.

Als we bij Beth Elishah zijn brengt Beatrice, als ze na vijf minuten komt aanwandelen, de lach weer terug op de gezichten. Tijd om een en ander te gaan regelen. Voor Jan en Chris een (her)ontmoeting en een mooi moment voor Beatrice om het nieuwe bouwproject te laten zien. In het huis is inmiddels de electriciteit aangelegd en wordt hard gewerkt aan het plafond. Als ik later naar de auto toe loop, komt Beatrice met een meisje aanlopen, dat graag even de Mzungu (blanke) wil begroeten. Een scheet van een meisje, jaar of vier en als ik door mn knieen buig om haar een hand te geven zie ik dat éen van haar vingers tot op het bot open ligt. Een diep gat met ontstoken vlees, en dat voor zo’n dreumes, die dus enige tijd met haar vinger aan de electriciteit heeft gehangen. Tijdens haar geschreew zijn haar moeder en een ander achter elkaar door de electriciteit getroffen in hun pogingen om het kind te helpen en uiteindelijk heeft een buurman de zaak opgelost door de hoofdschakelaar van de stroom af te schakelen. Triest en wonderlijk mirakel om dit kind levend te zien. Nog triester wordt het verhaal later in het ziekenhuis. Na toestemming van de moeder gevraagd te hebben om het kind te laten behandelen om de vinger en misschien zelfs meer van haar arm te sparen, blijkt in het ziekenhuis dat het kind direct naar de behandelkamer loopt, waar ze dus ook een week geleden is geweest. Echter, na gehoord te hebben dat behandeling 8 euro kost, is de moeder niet meer terug geweest. Ook dit is de dagelijkse gang van zaken in Afrika. Gelukkig konden we hier in ieder geval iets betekenen. Na de gedempte en later uitgebreide pijnklanken uit het behandelkamertje doen een lollie en een flesje fanta wonderen en komt er al snel weer een gelaten tevredenheid terug in het eerder van diepe pijn vertrokken gezichtje. Iedere dag terug nu voor wondverzorging en een schoon verbandje, maar dat is wel aan Beatrice vertrouwd.

Na een praatje met de kinderen uit Beth Elishah op naar de ontmoeting met Kevin. Terwijl we op hem staan te wachten zijn we in staat om op Gaba road de mand te kopen die we nog graag in ons huis willen hebben. Een meter hoog en zeker een meter doorsnee, gevlochten riet, leuk voor naast de bank. Jolan komt met een echte Oegandese prijs terug, we moeten 35.000 betalen (ca 10 euro) maar in de euforie van onze ervaringen zeggen zowel Jan als ik dat 30.000 genoeg is. Jolan overlegt met de vrouw en af en toe ga je je dan ook wel weer even schamen. Deze manden worden door blanken tussen de 25 en de 50 euro aangeboden, als dan een Oegandese vrouw direct een redelijke prijs vraagt mag het ook wel eens goed zijn. Gelukkig voelt Jolan dat haarfijn aan en na betaling van 33.000 bedankt de vrouw haar, bijna op haar knieen, omdat we de eerste klant van vandaag zijn.

Uiteindelijk, bijna bij Kevin aangekomen, stoppen we nog even bij de werkzaamheden van Umeme; de electriciteitsdienst. Er moet een kabel en een bok vervangen worden in éen van de houten electra masten. Een klein kraanwagentje zorgt ervoor dat de zwaarste onderdelen tegengehouden worden, terwijl 4 sterke Oegandezen een duimdikke staalkabel vanaf de grond proberen strak te trekken, terwijl nog eens 4 mannen met stalen spijkers aan hun schoenen op 15 meter hoogte in de mast staan verankerd en het geheel proberen af te ronden. Jan is KAM coordinator (Arbo) en zelf heb ik me ook veel met dit werk beziggehouden en na alles wat we vandaag mee hebben gemaakt, houd je hier opnieuw je hart vast en begrijp je steeds beter waarom dit het land is met de meeste verkeersdoden en enorme aantallen met bouwslachtoffers. Het beeld is al bijna zo normaal geworden dat we er niet meer bij stilstaan. Gisteren kreeg ik een mail vanuit Pernis, Shin Etsu, waarin stond dat de fabrieksstop 4 dagen vertraging opliep maar wel superveilig was verlopen. Wat een contrasten, gelukkig maar dat veiligheid de eerste prioriteit is.

 
 

Omgaan met ziektebeelden

 
  Naast veiligheid in verkeer en werk ligt er nog een enorme sluipmoordenaar in het dagelijkse leven van Oeganda. Terwijl Jan zich gisteren door de steegjes bij Beth Elishah bewoog, kwam hij een buurtbewoonster tegen. De slechte toestand van haar gezicht bewoog hem ertoe om te kijken of hij iets voor deze vrouw kon doen. Zwarte vlekken en korsten op de lippen en ook, zoals ze hem uitlegt, een zere mond vol met dezelfde plekken. Als hij me de door hem genomen foto’s laat zien weet ik dat alleen gebed nog een oplossing voor deze vrouw kan zijn. Ik vertel hem dat het hoogstwaarschijnlijk een duidelijk voorbeeld is van AIDS in een vergevorderd stadium. Later bedenk ik me welk effect mijn vrijwel klakkeloos uitgesproken beschrijving op hem gehad heeft. Ook hieraan kan je zien dat je leeft in een land waar andere zaken een logisch gevolg zijn van het dagelijkse leven. Sorry Jan maar er is waarschijnlijk niets meer aan te doen; we kunnen vragen of ze zich heeft laten testen om verspreiding te voorkomen, maar waarschijnlijk weet iedereen het al. Dat blijkt ook zo te zijn. In de avond worden we door Beatrice gebeld. Het meisje maakt het goed en ze heeft ook navraag gedaan naar de vrouw, die door de AIDS ook Tuberculose heeft opgelopen en een kuur tegen de symptomen heeft gekregen, maar daar geen profijt meer van heeft……. Sorry Jan, de derde dag in Oeganda

Ik weet het zelf nog als de dag van gisteren. Eén van de kinderen van Beth Elishah lag tijdens de eerste ontmoeting haar handje op mijn arm en het voelde aan alsof ik tegen de punt van een strijkijzer aan liep. Oppakken, in de auto en naar de dokter. Hoge koorts als reactie van het immuunsysteem van het lichaam tegen de HIV in haar lijfje. 3 Jaar oud toentertijd, lag ze met haar hoofd tegen mijn borst, ademend in mijn gezicht. HIV. Ergens moet het verhaal nog wel in een blog staan maar die heb ik niet meer nodig om de emoties van dat moment terug te halen. Emoties van betrekkelijke angst; ik heb iemand met HIV gedragen, wat kan dat doen met mij, maar vooral en blijvend emoties van onmacht tegen een sluipmoordenaar. Sorry Jan, je hebt gedaan wat je kon, aandacht voor deze vrouw en jouw gebed heeft haar geholpen zoals ook ons meisje genezen blijkt te zijn, zoals haar bloed iedere test minder sporen blijkt te bevatten. Het is niet aan ons, je hebt je als een kei gedragen.

 
  Een dag later. De spanningen en emoties hebben geleid tot lange gesprekken ‘s avonds. We zijn nog veel dichter tot elkaar gekomen dan voorheen mogelijk leek. Het is goed en het voetballen met de straatkinderen, het schillen van een pan aardappels, het verwerken van de belastingpapieren en het behandelen van voetwonden door het voetballen op blote voeten geeft de dag een voldane afronding die heel anders is dan gisteren. Het leven is mooi in al haar afwisselingen. En als je dan achteloos door je vrouw meegevoerd wordt naar het balkon en samen uitkijkt over jouw Afrika dan kun je dit slechts herhalen. Bulamu Mulungi, Life is Beautiful, het leven is wonderschoon, in al haar aspecten.  
     

Please publish modules in offcanvas position.

Positive SSL